Deze website maakt gebruik van cookies

Mogen we cookies plaatsen? Zo kunnen we je de beste website ervaring bieden! Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring.

Akkoord
Niet akkoord

Blog

Mijn Leiderschapsveld "Quest"
IMG 9404

Waarom deze website?

Na jaren werkzaam te zijn geweest in wat Barbara Kellerman (2012) de leadership industry noemt, kwam langzaam en sluipend het besef dat iets fundamenteel niet klopt. Ik hield van het werk - het begeleiden an leiders, het creëren van leeromgevingen waarin reflectie mogelijk wordt - maar ergens begon iets te wringen. De beloftes waren groot, de programma’s goedbedoeld, en de persoonlijke inzichten soms oprecht transformerend. En toch voelde het alsof al dat werk, hoe intens ook, zelden doordrong tot de diepere lagen van de organisatie, laat staan tot het bredere veld waarin zij opereerde.

De vraag die zich aandiende, was eenvoudig maar onontkoombaar: wat ontwikkelen we eigenlijk, wanneer we leiderschapsontwikkeling doen? Zijn we werkelijk bezig met leiderschap, of met het perfectioneren van individuele gedragsrepertoires binnen een systeem dat zelf grotendeels onbesproken blijft?

Deze website is mijn poging om die vraag serieus te nemen. Ze is geen etalage van antwoorden, maar een veld voor onderzoek. Een plek waar ik, samen met anderen, kan onderzoeken wat er nodig is om leiderschap te begrijpen als iets dat ontstaat in relatie, in context, in systeem.

Mijn persoonlijke drijfveer is het ongemak dat ik regelmatig voel bij het zien van zoveel vormen van leiderschap, in organisaties, in politiek, in het publieke domein, die los lijken te staan van de waarden die de menselijke geest zouden kunnen verheffen. Het is een ongemak van gemiste samenhang, van energie die niet stroomt. En tegelijk geloof ik ook dat het anders kan. Ik heb veel nieuwsgierigheid naar hoe er een dieper, coherenter veld van leiderschap mogelijk is waarin ontwikkeling niet een individuele prestatie is, maar een collectieve realisatie van potentie.

Het begin van de quest

Mijn eerste impuls was frustratie. Niet zozeer richting mensen of organisaties, maar richting het systeem waarin leiderschap zich afspeelt en waaraan ik zelf deelneem. Ik merkte hoe gemakkelijk ik cynisch kon worden over de eindeloze stroom aan leiderschapsmodellen, frameworks en heroïsche verhalen. Elk jaar leek er een nieuwe golf van programma’s, TED-talks en boeken die opnieuw beloofden het geheim van goed leiderschap te ontsluieren. Ondertussen hadden we met z’n allen de mond vol met begrippen als “borging” en “meetbare resultaten.” En telkens bleef er iets wezenlijks onbesproken: de bedding waarbinnen leiderschap zich manifesteert.

Ik begon te beseffen dat we in organisaties vaak handelen alsof leiderschap los verkrijgbaar is, alsof het iets is wat je bezit of doet, ongeacht de omgeving waarin het plaatsvindt. Maar geen enkele leider functioneert in een vacuüm. De context, de cultuur, de onzichtbare patronen van samenwerking en competitie: ze vormen het veld waarin leiderschap al dan niet tot bloei komt. Tegelijkertijd lijkt een veld een energetische werking te hebben die niet volledig te herleiden is tot de som der delen. Sterker nog, zou het kunnen dat die energetische werking het veld zelf is? Een veld ontstaat, ontvouwt zich onder bepaalde condities, is emergent én manifest tegelijk.

Precies op dat snijvlak positioneer ik mijn zoektocht. In plaats van leiderschap te zien als een individuele competentie, benader ik het als een veldverschijnsel, een samenspel van energieën, intenties en relaties. De vraag is niet langer hoe leiders zich ontwikkelen, maar waar en onder welke condities leiderschap kan ontstaan. En wat zijn de onzichtbare, misschien zelfs overstijgende aspecten van dat veld, die meer aandacht verdienen dan we tot nu toe hebben gegeven?

Ik begon te spreken over “het leiderschapsveld” nog voordat ik precies wist wat ik ermee bedoelde. Het voelde als een richting, een uitnodiging om breder te kijken. Ik werd geraakt door metaforen uit de natuurkunde en systeemtheorie, waar het veld niet de som van de delen is, maar de ruimte waarin de delen betekenis krijgen. En ik herkende iets van die dynamiek in de praktijk: momenten waarop in teams een gedeeld bewustzijn ontstond, waarin handelen vanzelf synchroon werd.

Vanuit die fascinatie groeide een nieuwe intentie: niet langer alleen werken aan de ontwikkeling van leiders, maar aan de condities waarin leiderschap zelf kan ademen.

Merry, Movius & Susskind, Kellerman

Zoals bij elke zoektocht kwam er een moment waarop mijn eigen ervaringen niet meer genoeg waren. Ik had woorden nodig, denkkaders, metaforen, oriëntatiepunten. En zoals vaak gebeurt, kwamen die van anderen die eerder langs dergelijke vragen waren gereisd. Ik sta even stil bij enkele voorbeelden, allemaal belangrijk voordat mijn gerichte onderzoek was begonnen.

Het boek Leading from the Field van Peter Merry (2020) was daar één van. Zijn beschrijving van het veld als de dimensie waarin “potential, coherence and interrelatedness” samenvallen, raakte precies aan datgene waar ik naar zocht: een taal voor de onzichtbare dynamieken die leiderschap mogelijk maken. Merry’s oproep om aandacht te richten op “the dynamics of the whole” resoneerde diep. Tegelijk merkte ik mijn kritische stem. Zijn benadering neigde weer naar het persoonlijke, bijna spirituele, een veldgids voor individueel bewustzijn. Maar waar was de organisatie in dit verhaal? Waar was het structurele, relationele, collectieve weefsel waarin leiderschap dagelijks vorm krijgt?

Diezelfde spanning vond ik terug bij Hallam Movius en Lawrence Susskind in Built to Win (2009). Hun inzicht dat organisaties vaak miljoenen verspillen aan training omdat ze vaardigheden zien als individuele prestaties, niet als collectieve capaciteit, kwam als een verademing bij me binnen. Zou hun pleidooi om onderhandeling te behandelen als een organizational core competence mogelijk, met minimale aanpassing, precies ook zo kunnen gelden voor leiderschap?

En dan Barbara Kellerman, met haar meedogenloze diagnose van de leiderschapsindustrie. Haar werk legde bloot hoe sterk ons denken over leiderschap verankerd is in het individu en hoe weinig aandacht er is voor volgers, context en systeem.

Deze drie stemmen - Merry, Movius & Susskind, Kellerman - hebben geholpen om mijn eigen onderzoek af te tekenen. Ze hielpen me om te zien dat leiderschap niet primair gaat over de kwaliteiten van de leider, maar over de kwaliteit van het veld dat leiderschap draagt.

IMG 7079 bewerkt
Ruimte, kaders en condities: allemaal belangrijke elementen wanneer we ons bewustzijn van de werking van velden in organisaties willen vergroten.

Het leiderschapsveld als bedding

Langzaam begon ik te vermoeden dat leiderschap niet iets is, maar iets dat gebeurt. Het manifesteert zich in de ruimte tussen mensen, in het spanningsveld van relaties, betekenissen en intenties. Die ruimte, dat veld, is vaak onzichtbaar, maar uiterst bepalend. Wanneer het open, coherent en veilig is, kan leiderschap stromen; wanneer het verkrampt of gefragmenteerd raakt, stokt de beweging.

Het begrip veld helpt me om dat subtiele niveau te verkennen. Niet (alleen) als metafysisch concept, maar vooral ook als werkbare realiteit. Iedere organisatie, hoe rationeel ook, kent zo’n energetisch-relational veld: een collectieve sfeer waarin overtuigingen, emoties en onbewuste patronen samenvallen. Het bepaalt in hoge mate wat er mogelijk is en wat niet.

Ik begon te zien dat veel leiderschapsinterventies mislukken omdat ze proberen gedrag te veranderen zonder de onderliggende veldcondities aan te raken. De verschillende interventies die tot ons repertoire als teamcoaches en facilitators behoren, creëren soms enige houvast maar waren zelden bestendig. We trainen leiders in communicatie, besluitvorming en zelfreflectie, maar zelden onderzoeken we het klimaat waarin hun handelen plaatsvindt. We richten ons op de boom, niet op de bodem.

Daarom is de metafoor van bedding zo treffend. Een bedding ondersteunt stroming. Ze geeft richting zonder te sturen, vorm zonder te verstarren. In een goed afgestemd leiderschapsveld wordt het individuele leiderschap niet opgeheven of losgelaten, maar gedragen. Het veld fungeert als een levend ecosysteem waarin leiderschap niet langer een individuele prestatie is, maar een collectieve expressie van samenhang.

Wanneer we leiderschap zo benaderen, verschuift ook onze verantwoordelijkheid. De taak van leiders wordt niet enkel het inspireren of sturen van anderen, maar het verzorgen van de condities waarin het veld schoon en gezond kan blijven: veiligheid, resonantie, betekenis, helderheid van intentie. In die zin zou je je kunnen afvragen: is de leider niet eerder tuinier dan architect, en leiderschap eerder ecologie dan strategie?

Een uitnodiging tot gedeeld onderzoek

Met het uitwerken van dit idee - het leiderschapsveld als bedding - merk ik dat de verleiding groot is om te snel te willen afronden. Alsof het concept zich nu laat vastleggen, definiëren, vangen in modellen of theorieën. Maar dat zou de essentie ervan tegenspreken. Een veld is immers nooit af. Het leeft, beweegt, verandert met wat erin gebeurt.

Daarom zie ik dit project niet als de presentatie van een gedachtegoed, maar als de opening van een veld. Deze website is bedoeld als een onderzoeksruimte waarin verschillende stemmen, perspectieven en ervaringen elkaar kunnen ontmoeten. Een veld waarin de vraag “wat is leiderschap?” niet definitief wordt beantwoord, maar steeds opnieuw wordt onderzocht in de spanning tussen het persoonlijke en het collectieve, tussen het zichtbare en het onzichtbare, tussen structuur en stroming.

Mijn hoop is dat dit veld uitnodigend genoeg wordt om anderen ertoe te bewegen hun eigen ervaringen, inzichten en vragen in te brengen. Dat wij als onderzoekers, begeleiders, leiders en volgers samen zicht krijgen op de patronen die leiderschap ondersteunen of juist blokkeren. En dat we, al doende, leren hoe we met meer bewustzijn kunnen werken aan de condities waarin leiderschap zich kan ontvouwen.

Ik moet terugdenken aan de woorden van Peter Merry, die schreef dat onze rol als leiders zal verschuiven “van het perfectioneren van het zichtbare naar het verzorgen van de energetische, relationele en materiële architecturen van onze organisaties.” Die zin raakt aan de kern van deze zoektocht. Want uiteindelijk lijkt leiderschap niet alleen over macht, invloed of stijl te gaan, maar vooral ook over samenhang. Over de kwaliteit van de ruimte die we samen bewonen en over de aandacht en waarden waarmee we die ruimte vormgeven.